Op 8 oktober 1727 verkocht het echtpaar Pieter Pattyn-Josine Boeckaert een huis met grond, genaamd “Cleen Cruyseecke” alsook de herberg “d'Oude Cruyseecke” aan het echtpaar Pieter de Surmont (1664-1730) - Marie Wacrenier (1662-1724). Pieter Pattyn was baljuw van de baronie Guyse en vanaf 15 oktober waren hij en zijn vrouw buitenpoorter[1] van Ieper.
In de verkoopakte stond vermeld dat pachter Théodore Woestyn[2] als opdracht kreeg om de herberg “Cleen Cruyseecke” te bouwen.