U bent hier: HomeGeschiedenisMiel Smet → Vluchteling in eigen land

Als het Duitse leger in Kruiseke aankomt vlucht de familie naar Ieper bij Emma en Alix De Jonckheere. Het is dan begin oktober 1914. Maar dan bombarderen de Duitsers ook Ieper, en is de stad niet meer veilig.

Verder op de vlucht

Enkele dagen nadat het gezin aankomt in Ieper beginnen de Duitsers Ieper te bombarderen met hun kanonnen. Voor de kinderen is dit spannend, als het schieten ophoudt gaan ze obussen zoeken. Het begint ook Emile te dagen dat het langer dan twee weken gaat duren. Hij raadt zijn schoonzussen aan om hun goud en juwelen te begraven in een put in de kelder - ze hebben een juwelenwinkel annex stoffenwinkel - en dat goud kunnen ze toch niet meenemen. De stoffen bergen ze ook op in de kelder.

Nu gaat het naar Poperinge. De eerste nacht brengen ze door in een droogeest voor hoppe, op de weg van Poperinge naar Proven. Daarna gaat het naar de familie Aimé Carton, verwant aan de De Jonckheeres. Zijn vrouw, Irma De Smyttere, is de dochter van Clémence De Jonckheere, die de dochter van Pieter Jacobus is. Daarmee is zij ook de zus van Louis De Jonckheere, vader van Elise. Aimé is molenaar, de serre doet dienst als living en de molenzolder is een slaapkamer voor de vluchtelingen.

Zo'n vier à vijf dagen later wordt het huis van de tantes in de Aandelen en obligaties.
Obligaties van de tantes.
Klik op de afbeelding om te vergroten.
Boterstraat, vlak bij de Grote Markt, geraakt door een van de eerste brandbommen die op Ieper belanden. Emile en Gaston gaan kijken, al het goud is gesmolten en onbruikbaar. De tantes hadden geïnvesteerd in obligaties van onder andere Oostenrijk-Hongaarse staats- bedrijven - nu de vijand - en niet alle waardepapieren hebben die bombardementen goed doorstaan; sommige hadden zwartgeblakerde randen van de hitte.

Miel Smet

Na een tijdje begint het geld op te raken. Emile had weliswaar 2.000 franken in goudstukken mee, maar daarmee kan hij niet eeuwig een gezin van zeven kinderen onderhouden. En daar komen nog de tantes Emma en Alix bij, en zijn broers Theodoor en Charles. Verder is er nog een zekere Schouteet; in totaal herbergt de molen een twintigtal vluchtelingen.

Maar Emile zou Miel Smet niet zijn als hij er niets op vond. Hij stelt zich in verbinding met de intendance van het Franse leger ter plaatse. En het De Laissez-Passer van nonkel Door.
De laissez-passer van nonkel Door.
Klik op de afbeelding om te vergroten.
blijkt dat de bevoorrading van de soldaten helemaal nog niet op punt staat. Dus gaat Emile rond bij de vluchtelingen in de buurt en koopt hun koeien op die hij dan verder verkoopt aan het leger. Dit is een bezigheid waarmee heel wat vluchtelingen hun kost tijdelijk verdienen, ook nonkel Door. Om dit te kunnen doen hebben ze een laissez-passer — een vrijgeleide — nodig.

De voorraad koeien is natuurlijk niet oneindig, maar gelukkig heeft een goede Franse soldaat ook nood aan wijn, en dat onbreekt ook. Dus trekt Emile naar Duinkerke, slaat er wijn in, en verkoopt die in veldflessen aan de Franse soldaten.

Vrijwilligers

Bij het uitbreken van de oorlog is Gaston 20 jaar en hij kan dus elk moment opgeroepen worden om zich aan te melden bij het Belgische leger dat onder leiding van koning Albert I stand houdt. Nonkel Jérôme, de broer van moeder Elise De Jonckheere, is op dit moment reeds officier in het leger.


Soldaten in de familie

Hij raadt Gaston dan ook aan om als vrijwilliger in het leger te gaan. Het grote voordeel van zich op te geven als vrijwilliger is dat hij kan kiezen in welk onderdeel hij ingelijfd wordt. Als smid komt hij bij de cavalerie terecht, meer bepaald bij de genie waar ook nonkel Tryphon Masquelin als soldaat.
Tryphon Masquelin als soldaat.
Klik op de afbeelding om te vergroten.
Jérôme was. Gaston heeft het grootste deel van zijn dienst tijdens de oorlog doorgebracht in Izenberge. In de smidse van de familie Duponcelle besloegen de soldaat-smidsen de paarden van de militairen.

Later meldt ook de tweede oudste broer, Gérard, geboren in 1900, zich als vrijwilliger bij het leger. Ook hij gaat bij de cavalerie.

Ook een van de zonen van buurman Henri Masquelin, Tryphon, geboren in 1899, vecht later als vrijwilliger in de oorlog. Hij krijgt zelfs een onderscheiding van koning Albert I. Tryphon trouwt in 1926 met Germaine Vanbiervliet, drie jaar nadat zijn zus Julienne trouwde met Gaston Vanbiervliet.

Ballingschap