U bent hier: HomeGeschiedenisMiel Smet → Vijfwege

Na de oorlog probeert de familie weer een leven op te bouwen in de streek van weleer. Maar dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Schatkist

Nu de oorlog gedaan is, is het tijd om terug te keren naar de smidse en het leven van voor de oorlog weer op te nemen. Emile reist naar Kruiseke om te kijken hoe het met de smidse is.

Bij aankomst blijkt dat Den Duits lelijk heeft huisgehouden in de streek rond Ieper. Alles is vernietigd, bijna alles was herschapen in onherkenbaar puin. Het was vaak zelfs onmogelijk om te herkennen waar de straten liepen. Emile mislukt in de opdracht die hij zichzelf gegeven had; hij vindt de kist niet terug.

Voor de oorlog had Emile geprobeerd om de facturen van zijn klanten te innen. Die klanten hadden geweigerd, maar gelukkig had Emile alles goed bijgehouden. Aangezien de oorlog maar enkele weken zou duren was het beter het grootboek in een ijzeren kist te steken, en te begraven tot de vijandelijkheden voorbij waren. Dat had meer dan vier jaar geduurd, en nu was de kist zoek!

Daarna is het de beurt van Gaston om te gaan kijken in Kruiseke. Met de hulp van meerdere mensen vind hij na enkele dagen zoeken eindelijk de kist terug! Een hele opdracht, aangezien het bijna onmogelijk was te zien waar de smidse ooit had gestaan.

Niemand kan het geloven, maar de kist heeft de vier jaar onder de grond vrij redelijk doorstaan. Het grootboek, met daarin de bedragen die de klanten van Emile hem nog moeten, wordt voorzichtig naar Romainville gebracht, waar het bladzijde na bladzijde gedroogd wordt.

Emile brengt de zaak voor de vrederechter van Wervik. De klanten, die bijna zonder uitzondering beweren dat ze hem nog vóór de oorlog betaalden, worden er met tientallen tegelijk opgeroepen. De vrederechter veroordeelt hen allen, mede door de onweerlegbare bewijslast van het grootboek, tot het alsnog betalen van de open rekening, mét intrest.

De schoenfabriek

In de eerste helft van 1919 keurt de Belgische staat wetten goed waardoor ze schadevergoedingen kan uitbetalen aan schadelijders. Om recht te hebben op die schadevergoedingen moest de rechthebbende wel in België weer iets bouwen. Het meest logische zou zijn om weer met de mengvoeders te beginnen, maar gezien het feit dat de Boerenbond dit nu op grote schaal deed, was dit niet meer interessant. In Romainville had Emile andere vluchtelingen uit België leren kennen, waaronder een zekere Lekeu uit Wervik, schoenmaker. Deze had Emile kunnen overtuigen om samen een schoenfabriek te beginnen.


Aanvraag voor factuur

Uiteindelijk bekomt Emile op 26 maart 1923 een schadevergoeding van 187.666,24 Belgische frank. Dat geld gebruikt hij om door architect Maurice Dujardin in 1923 twee huizen en een atelier te laten ontwerpen. Het atelier moet dan dienst doen als schoenfabriek. Het geheel wordt gebouwd in de Chaussée de Ten Brielen in Komen-Waasten, vlakbij het kruispunt “Cinq Chemins” of “Vijfwege”, op een bouwgrond van ongeveer 30 are. Het ontwerp voorzag in enkele ornamenten in de gevel, wat Elise de verzuchting ontlokte dat het geld beter aan een grotere keuken besteed ware geweest!


Plannen en foto's van de huizen en het atelier

Op 26 september 1924 verkopen Emile en Elise de “Ancienne Ferme Romainvilloise”, inclusief de 23 koeien en 2 paarden, voor 102.050 frank aan de heer en mevrouw Cournier, waarna ze zich volledig toeleggen op het schoenfabriekje in Komen-Ten-Brielen.


De familie in Komen Ten Brielen, in 1926

Emile kent niets van de schoenmakerij, en moet dus vertrouwen op zijn directeur. Helaas blijkt deze niet betrouwbaar. Ten langen leste stopt Emile met de productie en liquideert hij de machines aan lage prijs. De vooruitzichten zijn nu zo slecht dat Emile er een depressie aan overhoudt. Hij besluit dan ook zijn geluk weer in Frankrijk te zoeken, waar hij weer een groot stuk grond wil verbouwen. In augustus 1926 verlaten Emile en Elise België weer.

La Vatine