U bent hier: HomeGeschiedenisMiel Smet → La Vatine

Nadat het schoenavontuur hen slecht bekomen was besluiten Emile en Elise om terug een groot stuk grond te gaan bewerken en terug te keren naar Frankrijk.

Kleine kinderen worden groot

De oudste kinderen hadden ondertussen het huis al verlaten. Gaston was in 1923 getrouwd met Julienne Masquelin, een dochter van Emile's vroegere buur Henri. Ze woonden in Brugge, waar in 1925 het eerste kleinkind van Emile en Elise geboren werd.

Germaine was net getrouwd, in juli 1926, met Tryphon Masquelin, broer van Julienne.

Max logeerde in Brugge bij zijn tantes De Jonckheere om zijn humaniora in het Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut (“De Frères”) af te maken. Op 9 januari 1929 zou hij zich bij zijn ouders, Pol, en Daniel vervoegen.

La Vatine

In de buurt van Claville-Motteville, vlakbij Fontaine le Bourg in Seine-Maritime, niet ver van Rouen, huurt Emile vanaf 1 oktober 1926 een boerderij met 50 hectare grond.

De boerderij, al vijf of zes jaar niet meer bewoond, heet "La Vatine" en ligt in Claville-Motteville, Seine Inférieure. Het huis en de gebouwen zijn in staat van verval, de grond bijna niet meer te bewerken vanwege het overwoekerende gras, distels en onkruid. De vijftien hectaren weide waren bezaaid met enorme distels die door de takken van de appelbomen, die al jaren niet meer gesnoeid waren, groeiden. De in totaal twaalfhonder meter lange haag was vier meter hoog en drie meter dik.

Emile vraagt Gérard om op zoek te gaan naar een tractor die ze kunnen gebruiken in La Vatine. Gérard vindt en koopt een tweedehandstractor van het merk Case ergens in Rijsel. Helaas blijkt dat hij de tractor niet goed nagekeken had. De motor had geen compressie, er zat een te grote vertikale speling op de drijfstang, en er zaten lekken in de brandstofleiding. Geld dat de familie niet kon missen was hiermee in rook opgegaan.

Drie jaren van hard labeur waren nodig om het weer enigszins op een thuis te laten lijken. Gebouwen werden gerestaureerd, hagen en bomen werden gesnoeid, distels verwijderd.


La Vatine

Nog twee jaar later, in 1931, begon de boerderij eindelijk weer wat welvaart te tonen. De boerderij werd dan nog bewoond door Emile en Elise, en de drie jongsten: Pol, Daniel en Max. Rachel was in 1926 toegetreden tot de orde die haar tante Ursule (eigenlijk Germaine de Jonckheere, zus van Elise) in 1897 meegesticht had. Als zuster-missionaris verbleef ze op de Filipijnen. Op 28 mei 1931 overleed Emile na een dag werken op het veld onverwachts op 71-jarige leeftijd.

De begrafenis in Fontaine-le-Bourg werd bijgewoond door veel mensen. Zijn dochter Rachel ontbrak, zij ontving pas twee maanden later een brief die haar op de hoogte bracht van het overlijden van haar vader.

Tijdens de jaren in La Vatine had Daniel al interesse in auto's, en werkte hij in de buurt in een garage. In 1932 ging hij terug naar België om zich verder te bekwamen in automechanica, onder andere in een garage in Ieper en later in Brugge.

In 1934 komen Elise en Max over vanuit La Vatine naar Brugge. Daniel en Max beginnen een autobedrijf in de Sinte-Clarastraat in Brugge, in een pand dat ze huren van broer Gaston. Elise woont bij Daniel in de Sinte-Clarastraat tot haar overlijden in 1945.

Pol is de laatste om weg te trekken uit La Vatine; in 1935 trekt hij naar Schaarbeek waar hij een succesvolle kolenhandel begint.

Klik om te vergroten
La Vatine in de jaren ‘50 en ‘70