U bent hier: HomeGeschiedenisMiel Smet → Naar Frankrijk

De Teutoonse horden zijn tot stilstand gebracht, en beide partijen hebben zich ingegraven. Maar Poperinge ligt nog te dicht bij de linies.

Nonkel Door

De molen van Aimé Carton biedt bescherming aan een groot aantal vluchtelingen die hun have en goed achtergelaten hebben Laissez-Passer Camille Vanb(i)ervliet.
Laissez-Passer van Camille Vanb(i)ervliet.
Klik op de afbeelding om te vergroten.
in een door veldslagen geteisterde streek. Het leven is hard voor iedereen, zeker met kleine kinderen. Bevoorraading van het Franse leger levert voorlopig voldoende voedsel op; vrijgeleides zorgen dat de veedrijvers zich vrijelijk kunnen bewegen in de streek.

Zoals altijd wanneer oorlog van mensen vluchtelingen maakt breken er ziektes uit. De overheid vraagt iedereen zich in te laten enten tegen tyfus. Alle kinderen Vanbiervliet en mama krijgen hun prikje, Emile oordeelt dat hij gezond genoeg is en dit niet nodig heeft.

Toen de familie in de herfst van 1914 in Poperinge aankwam werd nonkel Theodoor zwaar ziek. Misschien was het een typische vluchtelingenziekte zoals tyfus. Wat het ook was, de vrijgezel overlijdt op 7 maart 1915 op 59-jarige leeftijd aan de lange en pijnlijke ziekte. De kinderen verliezen iemand die als een tweede vader was.

Naar Frankrijk

De geallieerde mogenheden worden nerveus van zoveel vluchtelingen dicht bij de linies. En dus besluiten ze dat iedereen verder moet. Eerst wil Emile zijn familie een paar kilometer verder brengen, maar neemt uiteindelijk toch het besluit om naar Frankrijk te trekken. De Duitsers zouden maar eens moeten doorbreken, ze zouden toch weer verder moeten vluchten, en als een van de kinderen een arm of een been kwijt zou raken, het zou geen leven zijn.

Hij besluit om zijn cichoreihandel weer op te nemen. Eerst koopt hij zo'n 30.000 kilo cichorei en stuurt die naar Aubervilliers, vlakbij Parijs. Vervolgens regelt hij dat de cichorei gebrand kan worden, daarvoor spreekt hij af met het bedrijf van Amedée De Ridder.

Als alles geregeld is gaat het gezin naar Wattou om daar de trein naar Frankrijk te nemen. Maar daar krijgen ze te horen dat ze niet naar Parijs mogen. Gelukkig kan Emile papieren voorleggen die tonen dat hij al enkele wagons cichorei verstuurd verstuurd had, waardoor ze toch mogen vertrekken.

Tyfus

Op 18 mei 1915 komt de familie aan in Aubervilliers, waar ze zich vestigen in de Rue des Cités 168. Ook de familie van zijn broer Charles vestigt zich in Aubervilliers. Niet alleen Max en Daniel Vanbiervliet in Auberviliers.
Max en Daniel Vanbiervliet, Aubervilliers, 1915.
Klik op de afbeelding om te vergroten.
diens twee zonen Odille en Jérome, maar ook zijn dochter Elvire en haar man Emmanuel Iweins, met wie Charles de steenbakkerijen van Zonnebeke had opgericht.

Ondertussen blijkt dat de inentingen nodig waren. Emile, die zich niet liet inenten, krijgt tyfus. Hij heeft geluk, want hoewel de tyfus hem doodziek maakt, is het toch niet zo erg dat hij naar het ziekenhuis moet. De enige voorwaarde is dat zijn stoelgang begraven wordt in de tuin, om besmetting via de riolering te voorkomen. De familie moet het een tijdje zonder gezinshoofd zien te redden, maar gelukkig herstelt Emile volledig.

Een familiebedrijf

Samen met Charles, Jérôme en Odille brandt Emile de cichorei bij De Ridder om ze dan te verkopen. Het bedrijfje dat Emile en Charles samen hebben blijft nog enkele jaren verder zaken doen met De Ridder & Cie. Zo sluit Emile op 17 september 1915 een contract af met die De Ridder om 26.000 kilo cichorei te verkopen. De modaliteiten van het contract bepalen dat de cichorei in verschillende keren opgehaald kan worden, en dat bij iedere levering contant betaald moet worden.

Het is dit contract dat een jaar later ervoor zal zorgen dat Emile bijna tien jaar lang in ruzie met zijn broer Charles en diens zoon Odille zal liggen.

Romainville