U bent hier: HomeGeschiedenisMiel Smet → 1914

Op 4 augustus valt het Duitse leger België binnen. Gelukkig komen de Engelsen en Fransen te hulp, maar Den Duits blijft toch oprukken. Veel mensen zijn bang voor het komende geweld en vluchten naar veiliger gebieden.

Prelude

Voor Emile Vanbiervliet lijkt 1914 een heel goed jaar te zullen worden. Zijn handel in mengsels van veevoeder is zo goed dat hij klanten heeft in een tiental omliggende dorpen, en hij is een van de weinige mensen in de streek met een auto. Zijn naaste buur, Henri Masquelin, is dan weer een van de enige mensen in het dorp met een telefoon (zijn telefoonnummer is "002").

De boeren betalen een keer per jaar hun schulden aan de smidse. Dit doen ze als zij zelf geld hebben, wat ze onder andere verdienen door tabak te oogsten en te verkopen aan Henri Masquelin. Deze betaalt de boeren en vertelt Emile wie al geld gekregen heeft, zodat hij op zijn beurt zijn geld kan gaan innen. Dit gebeurt normaal op Sint-Elooi, 1 december.

Die zomer breidt Emile de zaken nog wat uit: hij bouwt een varkensstal waarin plaats is voor 200 varkens. Dat aartshertog Franz Ferdinand van Oostenrijk-Hongarij op 28 juni vermoord was choqueerde de mensen, maar niemand dacht dat dit het begin zou zijn van zo'n verschrikking.

De moord zet een hele keten van reacties in gang, waarbij uiteindelijk Duitsland via Luxemburg en België (en oorspronkelijk ook Nederland) Frankrijk wil aanvallen. Op 4 augustus overschrijden de eerste Duitse troepen de grens met België.

't Is oorlog!

Bij het uitbreken van de oorlog wil Emile zijn zaken tot elke prijs correct afgehandeld hebben. Hij betaalt eerst zijn leveranciers, daarna gaat hij het geld innen van zijn klanten. Die klanten maken echter misbruik van het moratorium door de regering opgelegd, en beweren dat ze niet mogen betalen. Slechts één klant - de armste - is eerlijk genoeg om te betalen.

In september komen de Duitsers aan in Wervik, vlak bij Kruiseke. Er vallen schoten, veel mensen vluchten met hun bezittingen geladen op kruiwagens, en passeren langs de Grote Smisse. Zo'n vier dagen later passeert een grote groep Duitsers - duizenden - op de grote baan van Menen naar Ieper (ongeveer een halve kilometer van de smidse). De dagen erop passeren er regelmatig Duitse patrouilles langs de smidse.

Op donderdag 1 oktober schieten de Engelsen in de buurt op een Duitse De velden aan de smidse waar de Duitsers slag leverden.
De weide aan de smidse.
Klik op de foto om te vergroten.
patrouille. De volgende dag ziet de familie de weide recht over de smidse krioelen van de kaki uniformen - Duitsers! Misschien is een van die soldaten de 25-jarige Adolf Hitler. Zeker is dat hij vier weken later, op 29 oktober, zijn eerste frontervaring opdoet in diezelfde weide. 's Avonds stellen ze vast dat er geen brood meer is, en besluit Gaston om er gauw nog te halen. Hij komt echter niet meer terug en heel het gezin blijft in spanning.

Joseph Vanbiervliet

Meer en meer mensen vluchten, waaronder ook Jules (Julien) Vanbiervliet van de wagenmakerij, broer van Emile. Zijn oudste zoon Joseph blijft achter om voor de beesten te zorgen.

Als de Engelsen komen wil hij hen helpen door de posities van de Ulanen door te geven. Hij is nog in Engeland geweest en spreekt dus Engels. Dat is echter voor die tijd verdacht, en de Engelsen pakken hem op als spion!

Enige tijd later passeert een 300-tal Engelse soldaten, gevolgd door Joseph Vanbiervliet, en daarna weer 300 soldaten voorbij de smidse. Hij wordt verscheept naar Engeland waar hij in een vochtige Schotse cel verblijft.

Emile probeert de volgende weken meermaals in te praten op de Engelsen in Ieper, maar zonder succes. Het is pas in 1916 dat Joseph eindelijk vrijgelaten wordt door de tussenkomst van een Ierse officier die Emile ontmoet had in een restaurant vlak bij de markt "La Vilette" in Parijs. Door zijn gevangschap in een koude en vochtige barak, waar hij ook nog mishandeld werd, heeft Joseph tuberculose opgelopen. Hij zal zijn beroep van instrumentenbouwer - hij had zijn eigen viool gemaakt - niet meer opnemen, en uiteindelijk sterven in 1924.

Naar Ieper...

De volgende dag, zaterdag 3 oktober, beslist Emile dat de familie op de vlucht moet. Hij draagt Elise op de kinderen klaar te maken, aan nonkel Door (zijn broer Theodore) te vragen om een Nonkel Door in 1914.
Theodore Vanbiervliet
in 1914.
kamion klaar te maken met wat eten voor de paarden en voor de kinderen. Voor twee weken moet genoeg zijn, want er is nog goeie hoop dat het niet lang zal duren, de Engelsen landen immers en masse in Duinkerke en Calais. Voor het geval ze te voet verder moeten vluchten mogen ze maar zoveel kleren meenemen als ze kunnen dragen.

Ze spreken af aan herberg “de Nieuwe Cruyseecke”, bij “Mortiers”, waar Emile ondertussen hoopt Gaston te vinden. Gelukkig is hij daar, en ook Engelse troepen. Een beetje later komt ook de rest van de familie aan, samen met nonkel Door, die de paarden ment, en een zekere Francois (“Sooten”). Alleen Germaine Vanbiervliet, 18 jaar, blijft achter in de smidse, om voor de beesten te zorgen.

Ze hadden de dag voordien besloten dat Germaine en Gaston op de smidse blijven terwijl de ouders met de jongere kinderen weggaan. Maar de Engelsen staan niet toe dat Gaston terug naar huis gaat. Ze mogen wel verder naar Ieper. Daarvoor moeten ze eerst Germaine ophalen, maar ook dat mogen ze niet. Er zit niets anders op dan te vertrekken, en later die dag komen ze met hun kar en twee paarden aan in Ieper, waar ze bij Emma en Alix De Jonckheere logeren, zussen van Elise. Emile en Gaston blijven nog achter om Germaine te kunnen halen.

Op zondag 4 oktober komen ook Emile en Gaston aan in Ieper. Zonder Germaine. In Ieper zoekt Emile naar een laissez-passer, een vrijgeleide om tot in Kruiseke te kunnen gaan en Germaine op te halen. Helaas, hij stuit alleen op een “neen”.

... en terug naar Kruiseke

Natuurlijk kunnen ze Germaine niet alleen achterlaten. Uiteindelijk keert Emile, vermoedelijk diezelfde 4de oktober, waarschijnlijk zonder laissez-passer terug naar Kruiseke. Gedurende de ganse tocht heeft hij immense schrik, de Duitsers en Engelsen zitten al in loopgraven, klaar om te schieten.

Germaine was echter de dochter van haar vader, en had ondertussen veel geld verdiend door eieren en boter te verkopen. Als Emile aankomt is ze vooral verwonderd dat haar moeder er niet bij is! Emile grabbelt zijn panamahoed mee, neemt nog een kilo suiker mee, en vertrekt terug naar Ieper, deze keer met Germaine, langs de grote baan. Gelukkig komen ze geen enkele soldaat tegen, ze horen wel schieten in de verte.

Vluchteling in eigen land